Geschiedenis

Welkom op Landgoed Huize Hulshorst — een verborgen parel op de Veluwe, waar geschiedenis en natuur samenkomen.

Landgoed Huize Hulshorst, gelegen tussen de uitgestrekte bossen en heidevelden van de Veluwe, ademt een rijke historie. Hoewel het oorspronkelijke landhuis in de Tweede Wereldoorlog verloren ging, blijft het landschap een stille getuige van romantiek, verzet en poëzie. Van de legendarische Vergeet-mij-niet-boom tot de echo’s van dichter Gerrit Achterberg: hier komt het verleden tot leven.


Vijf eeuwen geschiedenis (1541 – heden)

Jonkers en vrijheren (1541 – 1813)

De vroegst bekende registratie met betrekking tot Hulshorst betreft het huwelijk van Jacoba van Speulde, erfdochter van Hulshorst, met Joseph van Arnhem in 1541. Hun zoon Paul van Arnhem bouwde tussen 1586 en 1595 het eerst bekende huis van Hulshorst. Er bestaat een tekening uit 1718 van een kasteelachtig gebouw genaamd Hulshorst; deze tekening bevindt zich in het gemeentearchief van Rotterdam.

Een kleindochter van jonker Paul trouwde in 1654 met Alexander, rijksvrijheer van Spaen en Moyland. Een jongere tak van deze familie treffen wij in de tweede helft van de achttiende eeuw aan als Heren van Hulshorst en Ambtsjonker van Ermelo. De laatste Van Spaen, heer van Hulshorst (1781 – 1837), woonde op de Schouwenburg bij Elburg.

De familie Van Meurs (1813 – 1902)

Het huis Hulshorst werd na 1813 door de familie Van Spaen verkocht aan mr. Hendrik Frans van Meurs (1780 – 1864). Van Meurs was notaris en burgemeester te Harderwijk, waar hij aan de Donkerstraat woonde.

Huize Hulshorst werd door Van Meurs voorzien van een nieuw voorstuk, zodat hij over een mooi buitenverblijf beschikte. De tuinen, die tot dan toe het model hadden van een rechtlijnige achttiende-eeuwse tuin, veranderde hij in de Engelse landschapsstijl. Hij omringde het huis met gemengde boompartijen en open stukken.

In 1828 droeg het Rijk de woeste heidevelden op de Veluwe over aan verschillende gemeentebesturen. Deze bleken niet in staat tot goede exploitatie of ontginning, zodat zij zich tot grootgrondbezitters wendden. In 1854 werd door de gemeente Ermelo 750 hectare heide en zand verkocht. Hendrik Frans van Meurs kon toen zijn landgoed uitbreiden in oostelijke richting; de bebossing werd verder voortgezet.

Daniel van Meurs (1821 – 1902) volgde in Harderwijk zijn vader op als burgemeester. Bij een wandeling op het Hulshorsterzand “zakte” hij met zijn wandelstok in de grond en ontdekte zo een waterbron. Deze bron werd verder uitgegraven en met een kunstmatig beekje verbonden met de nieuwe vijver voor Huize Hulshorst.

Rond 1860 begon de aanleg van de spoorlijn langs de Veluwe. Ten behoeve van deze lijn werd grond verkocht aan de spoorwegen. Het stationnetje Hulshorst werd in 1863 gebouwd op grond die oorspronkelijk bij Kasteel de Essenburg hoorde. Bij de verkoop van de grond in 1862 is in een servituut vastgelegd dat de trein hier viermaal daags zou stoppen: tweemaal op en tweemaal af.

Verdeling, oorlog en een nieuw huis (1902 – 1954)

Daniel van Meurs overleed ongehuwd in 1902. Zijn zuster, mevrouw A.E. Barchman Wuytiers-van Meurs, was reeds in 1893 overleden. Sinds 1878 zorgde zij als weduwe voor haar vijf kleinkinderen. Deze kinderen Van Isselmuden, in de leeftijd van 3 tot 12 jaar, verloren al vroeg beide ouders. In de zomer woonden zij op Huize Hulshorst, ’s winters in Utrecht.

In 1902 moest het landgoed onder de vijf kinderen en andere neefjes en nichtjes worden verdeeld. Het werd een moeilijke, langdurige en ingewikkelde zaak. In 1904 werd het huis met de boerderij in het Leeuwerikse Bos uit de nalatenschap gekocht door het oudste kleinkind Van Isselmuden, mevrouw A.E.M. van Voorst van Beest-van Isselmuden. Dit bezit behield zij tot 1952.

In 1941 toonden de Duitsers belangstelling voor het grote, vrij liggende huis. Omdat het huis weinig comfort kende en de Duitse dreiging toenam, besloot mevrouw Van Voorst van Beest-van Isselmuden het grote huis af te breken en met gebruik van de oude materialen een nieuw huis te bouwen.

Het nieuwe “Huize Hulshorst” werd gebouwd op een perceel grond langs de bestaande oprit, maar dichter bij het station. Mevrouw Van Voorst van Beest overleed in 1952. Het grootste deel van het landgoed werd in 1954 verkocht aan de gemeente Ermelo — precies honderd jaar na de grote uitbreiding.

Huize Hulshorst vandaag (1952 – heden)

Vanaf 1952 bewoonde de jongste zuster, G.A. Besier-van Isselmuden, Huize Hulshorst. Zij was in 1904 in Hulshorst getrouwd met mr. L.Ch. Besier. In 1967 overleed zij in Huize Hulshorst, waarna het huis werd verkocht aan haar dochter, mevrouw G.A. Vixseboxse-Besier.

Uit oogpunt van behoud van het laatste deel van de oude buitenplaats in de familie is Huize Hulshorst in 1994 verkocht aan B.H.A. Besier, kleinzoon van G.A. Besier-van Isselmuden.

Om Huize Hulshorst en het omliggende terrein beter te kunnen beheren en te beschermen tegen ontwikkelingen in de directe omgeving zijn de tuin en het bijbehorende bos in 2004 uitgebreid. De totale grond bij Huize Hulshorst bedraagt nu acht hectare, waarvan de aangelegde tuin 1,5 hectare beslaat. Het terrein is, inclusief opstallen, gerangschikt onder de Natuurschoonwet. Met deze rangschikking kan het voortbestaan worden gewaarborgd.

— B.H.A. Besier


Verhalen en legendes

De Vergeet-mij-niet-boom

Een van de markantste punten op het landgoed is de oude beuk langs het Zilverbeekje, bekend als de ‘Vergeet-mij-niet-boom’. Volgens de overlevering dankt deze boom zijn naam aan een romantisch verhaal uit de 19e eeuw. De bewoners van Huize Hulshorst zwaaiden vanaf deze plek de koets uit die naar Station Hulshorst vertrok – vaak met een geliefde aan boord die voor zaken of plezier de Veluwe verliet. Een jonge dame uit de familie zou hier ooit hebben gestaan om haar verloofde na te kijken, met een bosje vergeet-mij-nietjes in haar hand als symbool van haar trouw. Toen de koets uit zicht verdween, plantte ze de bloemen aan de voet van de beuk. Hoewel het huis er niet meer staat, blijft de boom een stille getuige van deze kleine, persoonlijke geschiedenis. Deze locatie was tevens de laatste zichtlijn naar het oude huis.

De afbraak in de oorlogsjaren

De romantische overlevering vertelt dat de laatste eigenaar het huis eigenhandig liet afbreken uit angst dat de Duitse bezetter het zou confisqueren en gebruiken als hoofdkwartier. Het verhaal gaat dat in het holst van de nacht met het personeel werd begonnen met het slopen van de muren, vastbesloten om de vijand geen comfort te bieden. Tegen de tijd dat de ochtend aanbrak, stonden alleen nog wat fundamenten overeind, verborgen onder een laag aarde en bladeren. Tegenwoordig markeert een bosje bij de vijver de plek waar het huis ooit stond – een stille herinnering aan deze daad van verzet.

Gerrit Achterberg en Station Hulshorst

Station Hulshorst, vlak bij het landgoed, speelt een rol in een literaire anekdote dankzij Gerrit Achterberg, een van Nederlands grootste dichters. Hij schreef het gedicht Hulshorst over het stationnetje, dat hij passeerde op weg naar zijn geliefde Bep van Zalingen in Oldebroek. Volgens de overlevering stapte Achterberg ooit uit op dit verlaten perron, gefascineerd door de desolate sfeer tussen de dennen en coniferen. Het verhaal gaat dat hij daar, leunend tegen een roestig hek, de eerste regels van zijn gedicht neerkrabbelde:

Hulshorst, als vergeten ijzer
is uw naam,
binnen de dennen en de bittere
coniferen,
roest uw station;
waar de spoortrein naar het noorden
met een godverlaten knars
stilhoudt, niemand uitlaat
niemand inlaat, o minuten,
dat ik hoor het weinig waaien
als een oeroude legende
uit uw bosschen:
barsche bende roovers, rans en ruw
uit het witte veluwhart.

Gerrit Achterberg, ‘Hulshorst’

Hoewel hij het landgoed zelf niet betrad, werd de sfeer van de omgeving – met zijn roverslegendes en stille bossen – deel van zijn poëzie, waardoor Hulshorst indirect een plek kreeg in de Nederlandse literatuur.


Documenten en links


Archieffoto’s

Beelden uit het archief van het landgoed en de tuinen.

De oude Spreng, ooit bij toeval gevonden. Het was de bron voor de Zilverbeek en de vijver voor het huis. Door de aanleg van de A28 is het hele grondwaterpeil weggedrukt; de Spreng is vervallen.